ECLI:NL:RVS:2012:BV7859
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- E. Steendijk
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vaststelling verantwoordelijke lidstaat voor asielverzoek bij meervoudige aanvragen in EU en Zwitserland
De zaak betreft een hoger beroep tegen het besluit van de minister voor Immigratie en Asiel om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te weigeren. De voorzieningenrechter had geoordeeld dat Nederland verantwoordelijk was voor de behandeling van het asielverzoek, mede gebaseerd op een terugnameverzoek van de Deense autoriteiten. De minister stelde echter dat de acceptatie van dat verzoek slechts gericht was op de afronding van de procedure tot vaststelling van de verantwoordelijke lidstaat.
De Raad van State overweegt dat de Verordening (EG) 343/2003 mede tot doel heeft te voorkomen dat asielzoekers gelijktijdig of achtereenvolgens in meerdere lidstaten asiel aanvragen. De vreemdeling had asielverzoeken ingediend in Oostenrijk, Zwitserland, Nederland en Denemarken. Nieuw dactyloscopisch onderzoek toonde aan dat Zwitserland verantwoordelijk is, omdat de vreemdeling daar in 2006 en 2007 asielaanvragen had ingediend, terwijl de Verordening sinds 12 december 2008 op Zwitserland van toepassing is.
De Raad stelt dat de minister terecht Zwitserland verantwoordelijk houdt, ook al waren de eerdere aanvragen in Zwitserland gedaan voordat de Verordening daar van toepassing was. De vreemdeling had onvoldoende onderbouwd dat de overdracht aan Zwitserland strijdig is met het EVRM of dat er bijzondere medische omstandigheden zijn die een uitzondering rechtvaardigen. Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de voorzieningenrechter vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep van de minister wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de voorzieningenrechter vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard.