ECLI:NL:RVS:2012:BV8058
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- C.H.M. van Altena
- M.E.B. de Haseth
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing gebruik bijgebouw als zelfstandige woonruimte in strijd met bestemmingsplan
Het college van burgemeester en wethouders van Amstelveen legde op 1 maart 2011 een last onder dwangsom op aan een wederpartij om het gebruik van een berging op een perceel te staken, omdat deze als zelfstandige woonruimte werd gebruikt in strijd met het bestemmingsplan "Amstelveen Noord-West". De last verbood expliciet het gebruik van het gebouw als woning, ook niet tijdelijk.
De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep van de wederpartij gegrond en vernietigde het besluit van het college, stellende dat de last onvoldoende duidelijk was en te ruim werd geformuleerd, met name wat betreft tijdelijk logeren. Het college stelde hiertegen hoger beroep in bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelde dat het bijgebouw, gelet op een rapport van de afdeling Bouw- en woningtoezicht, als zelfstandige woonruimte moet worden aangemerkt vanwege de inrichting met keuken, woonkamer, slaapkamers en badkamer. Gebruik van bijgebouwen voor bewoning is volgens het bestemmingsplan verboden. De opgelegde last is niet in strijd met het rechtszekerheidsbeginsel.
Daarom verklaarde de Raad van State het hoger beroep gegrond, vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep ongegrond. Tevens wees de voorzitter het verzoek om een voorlopige voorziening af en zag af van een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep van het college wordt gegrond verklaard en het beroep van de wederpartij ongegrond verklaard; het gebruik van de berging als zelfstandige woonruimte is verboden.