ECLI:NL:RVS:2012:BV8616
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins de Vin
- A.B.M. Hent
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Vreemdeling niet ontvankelijk wegens toegang tot verantwoordelijk land van verblijf onder Dublinverordening
De vreemdeling had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel, welke door de minister werd afgewezen omdat België als verantwoordelijke lidstaat was aangewezen op grond van de Dublinverordening. De vreemdeling werd op 10 februari 2009 aan België overgedragen. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond omdat de minister zich niet voldoende had vergewist van de daadwerkelijke terugname door België en toegang tot het grondgebied.
De minister stelde dat België op 12 januari 2010 formeel had ingestemd met de terugname en dat uit contacten met Bureau Dublin bleek dat België de vreemdeling zonder voorbehoud zou terugnemen. De Raad van State oordeelde dat de minister terecht het standpunt innam dat België verplicht is de vreemdeling toe te laten, ook als zij daar geen asielverzoek wenst in te dienen.
De Raad van State vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond. De vreemdeling voldoet niet aan de cumulatieve voorwaarden van de Vreemdelingencirculaire 2000 omdat zij toegang tot een eerder land van verblijf kan verkrijgen. Indien de vreemdeling meent dat zij België niet kan verlaten, dient zij daar een nieuw asielverzoek in te dienen.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard omdat zij toegang tot België als verantwoordelijke lidstaat kan verkrijgen.