ECLI:NL:RVS:2012:BV8623
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- M.G.J. Parkins-de Vin
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vreemdeling krijgt verblijf in Nederland vanwege belangen van Nederlandse kinderen
De vreemdeling, Nigeriaanse nationaliteit, vroeg om een verblijfsvergunning in Nederland vanwege haar twee jonge kinderen met de Nederlandse nationaliteit. De minister wees de aanvraag af, stellende dat de kinderen bij een familielid in Spanje konden verblijven en dat overdracht aan Spanje mogelijk was. De vreemdeling stelde dat weigering van verblijf haar kinderen zou dwingen Nederland te verlaten, wat hun rechten als Unieburgers zou schenden.
De Raad van State overwoog dat de kinderen volledig ten laste van de vreemdeling zijn en dat de minister onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat verblijf in Spanje mogelijk is. De minister heeft onvoldoende gemotiveerd dat de kinderen niet feitelijk worden verplicht de Unie te verlaten. Het arrest Ruiz Zambrano en het arrest Dereci werden hierbij betrokken, waarin het Hof van Justitie oordeelde dat het ontzeggen van verblijf aan ouders van jonge Unieburgers kan leiden tot schending van de rechten van die kinderen.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde het eerdere besluit en het vonnis van de voorzieningenrechter, en veroordeelde de minister tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. Hiermee werd het belang van het effectieve genot van rechten van de kinderen als Unieburgers benadrukt.
Uitkomst: Het besluit van de minister om de verblijfsvergunning te weigeren wordt vernietigd en de vreemdeling krijgt verblijf vanwege de belangen van haar Nederlandse kinderen.