Uitspraak
200708006/1), is bij een uitbreiding van het aantal dieren in een veehouderij het maken van een mer, dan wel een beoordeling of een mer moet worden gemaakt, ingevolge het Besluit mer slechts verplicht, indien die uitbreiding meer bedraagt dan de desbetreffende van toepassing zijnde drempelwaarde die in de bijlage bij het Besluit mer is opgenomen.
201003072/1/M2) overwogen dat de in artikel 3, derde lid, van de Wav inzake interne saldering opgenomen regeling niet in strijd is met de IPPC-richtlijn. Er is geen aanleiding om daarvoor thans anders te oordelen. Het college heeft in zoverre dan ook toepassing mogen geven aan de in artikel 3, derde lid, van de Wav opgenomen regeling inzake interne saldering.
200904044/1/M2), is voor de vraag of interne saldering mocht worden toegepast van belang of het huisvestingssysteem van de desbetreffende stal op 1 januari 2007 in de inrichting aanwezig was. Voor het gebruik van de inrichting is eerder bij besluit van 9 december 1986 vergunning verleend, onder meer voor het houden van vleesvarkens in stal 1 met een traditioneel huisvestingssysteem. Het college heeft gesteld dat dit huisvestingssysteem op 1 januari 2007 in de inrichting aanwezig was. De enige wijziging in die stal betreft volgens hem de huisvesting van 117 extra vleesvarkens, waardoor een kleiner hokoppervlak per vleesvarken beschikbaar is. Er hoeven volgens het college geen aanpassingen aan het bestaande huisvestingssysteem plaats te vinden. Het in beroep aangevoerde geeft geen aanleiding voor het oordeel dat dit onjuist is, zodat het in zoverre evenmin grond geeft voor het oordeel dat het college de interne salderingsmethode niet mocht toepassen. Dat in stal 1, naar [appellant sub 1] en anderen en ABC Milieugroep en andere stellen, een aantal jaren geen dieren zijn gehouden, kan aan deze conclusie niet afdoen. Evenmin kan dat het feit dat bij het in beroep bestreden besluit vergunning is verleend voor het houden van 117 extra vleesvarkens in stal 1, nu het huisvestingssysteem op 1 januari 2007 in de inrichting aanwezig was.
201011045/2/H4met betrekking tot deze beroepsgrond overwogen dat aan het in artikel 6 van Pro de Wet ammoniak en veehouderij vermelde afstandscriterium wordt voldaan en in het aangevoerde geen aanleiding gevonden voor het oordeel dat de gevolgen voor het gebied Kempenland onvoldoende duidelijk zijn.