Uitspraak
201007337/1/T1/M1; hierna: de tussenuitspraak) heeft de Afdeling het college opgedragen om binnen zes weken na de verzending van de tussenuitspraak de daarin omschreven gebreken in het besluit van 16 juli 2010 te herstellen.
Raad van State
Het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant verleende op 16 juli 2010 een revisievergunning aan appellante sub 2 voor een inrichting aan de locatie te Escharen. Deze vergunning betrof onder meer op- en overslag van bouwmaterialen en afvalstoffen, bewerking van beton en ijzer, en het gebruik van een werkplaats.
Appellant sub 1 en appellante sub 2 stelden beroep in tegen het besluit. De Afdeling bestuursrechtspraak stelde in een tussenuitspraak van 5 oktober 2011 vast dat de geluidvoorschriften 8.1.1 en 8.2.1 gebreken vertoonden, met name het ontbreken van geluidgrenswaarden voor een woning en onvoldoende zorgvuldigheid bij de vaststelling van geluidgrenswaarden voor een andere woning.
Het college wijzigde het besluit op 15 november 2011, waarna partijen geen zienswijzen meer indienden, waardoor het beroep tegen het nieuwe besluit werd ingetrokken. De Afdeling verklaarde het beroep van appellante sub 2 gegrond en dat van appellant sub 1 gedeeltelijk gegrond, vernietigde het besluit voor zover het de genoemde voorschriften betrof en veroordeelde het college tot vergoeding van proceskosten aan appellant sub 1.
De Afdeling wees tevens toe dat het college het betaalde griffierecht aan beide appellanten vergoedt en dat betaling aan een van hen bevrijdend werkt ten opzichte van de ander.
Uitkomst: Het besluit tot verlening van de revisievergunning werd vernietigd voor de geluidvoorschriften en het college werd veroordeeld tot proceskostenvergoeding.