ECLI:NL:RVS:2012:BV8801
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- D. Roemers
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Bevestiging boeteoplegging wegens overtreding Wet arbeid vreemdelingen ondanks betwisting zelfstandigheid vreemdelingen
De minister legde aan [appellante] een boete van €16.000 op wegens overtreding van artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav), omdat Bulgaarse vreemdelingen zonder tewerkstellingsvergunning arbeid verrichtten. [Appellante] maakte bezwaar en ging in beroep bij de rechtbank, die het beroep ongegrond verklaarde. Vervolgens stelde [appellante] hoger beroep in bij de Raad van State.
De Raad van State overwoog dat de vreemdelingen niet als zelfstandigen werkten, maar onder gezagsverhouding van een voorman stonden, hetgeen werd bevestigd door verklaringen van betrokkenen en het boeterapport. Het feit dat de vreemdelingen beschikten over een VAR-verklaring en BTW-nummer deed hieraan niet af. Ook werd geoordeeld dat de inspecteurs terecht geen cautie hoefden te geven omdat de vreemdelingen als getuigen en niet als verdachten werden gehoord.
De Raad van State verwierp de bezwaren van [appellante] en bevestigde de boeteoplegging. Er was geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak van de rechtbank werd daarmee bekrachtigd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de boete van €16.000 wegens het laten verrichten van arbeid door Bulgaarse vreemdelingen zonder tewerkstellingsvergunning.