ECLI:NL:RVS:2012:BV9254
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins de Vin
- A.B.M. Hent
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek gezinshereniging meerderjarig kind wegens ontbreken bijzondere afhankelijkheid
De vreemdeling verzocht om verblijf in Nederland voor gezinshereniging bij haar meerderjarige zoon, referent, houder van een verblijfsvergunning asiel. De minister wees de aanvraag af omdat niet was aangetoond dat de vreemdeling feitelijk tot het gezin van referent behoorde, mede vanwege het ontbreken van een morele en financiële afhankelijkheid in het land van herkomst.
De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit, maar de minister stelde hoger beroep in bij de Raad van State. De Raad oordeelde dat de minister terecht heeft geoordeeld dat de vreemdeling niet financieel afhankelijk was van referent in Somalië, mede gelet op het feit dat de vreemdeling zelfstandig eigendommen verkocht en mensensmokkelaars betaalde.
Verder oordeelde de Raad dat de omstandigheden van de vreemdeling, waaronder haar leeftijd, gezondheid en verblijf in Syrië, niet leidden tot een bijzondere afhankelijkheid die verder gaat dan normale emotionele banden. Hierdoor is geen sprake van gezinsleven in de zin van artikel 8 EVRM Pro. De Raad vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep van de minister gegrond, waarbij het beroep van de vreemdeling ongegrond werd verklaard.
Uitkomst: De Raad van State verklaart het hoger beroep van de minister gegrond en het beroep van de vreemdeling ongegrond wegens het ontbreken van een bijzondere gezinsband in de zin van artikel 8 EVRM.