Uitspraak
200910239/1/H3), wordt ingevolge het derde lid van artikel 6:20 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) beroep tegen het uitblijven van een besluit geacht mede gericht te zijn tegen een inmiddels genomen besluit, tenzij dat geheel aan het beroep tegemoet komt. Bij toepassing van die bepaling wordt niet afzonderlijk griffierecht geheven. Dit houdt in dat het door [appellant] betaalde griffierecht geacht wordt mede te zijn voldaan inzake het tegen het besluit van 28 december 2009 door hem ingestelde beroep. Dat, naar gesteld, niet tijdig op het door hem gemaakte bezwaar is beslist, heeft de rechtbank terecht geen aanleiding gegeven om belang bij het beroep tegen het uitblijven van een besluit aan te nemen.