Uitspraak
200500772/1), is de bestuursrechter alleen dan tot het beoordelen van rechtsvragen geroepen als dat van betekenis is voor een geschil over een besluit van een bestuursorgaan. Daarbij geldt dat het doel dat appellant voor ogen staat met het ingestelde rechtsmiddel moet kunnen worden bereikt en voor hem feitelijk van betekenis moet zijn. Voor zover het hoger beroep van [appellant] ertoe strekt om de besluiten van 23 oktober 2009 ongedaan te maken, is dat doel door de intrekking van deze besluiten reeds bewerkstelligd. In zoverre bestaat thans geen belang meer bij een inhoudelijke beoordeling van het hoger beroep.
200106139/1), kan belang bij een inhoudelijke beoordeling van het beroep onder meer bestaan indien wordt gesteld dat schade is geleden ten gevolge van bestuurlijke besluitvorming. Het college heeft met de besluiten van 23 maart 2010 echter onderkend dat het ten onrechte is uitgegaan van een vergunningplicht. Daarmee is de onrechtmatigheid van de besluiten van 23 oktober 2009 reeds komen vast te staan. Gelet hierop bestaat voor [appellant] de mogelijkheid langs de weg van een zelfstandig schadebesluit om schadevergoeding te verzoeken dan wel zich met een schadeclaim tot de burgerlijke rechter te wenden. Nu voorts [appellant] niet op grond van artikel 8:73 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) bij de Afdeling een verzoek om schadevergoeding heeft ingediend en, zoals hierna onder 2.4 zal worden overwogen, evenmin bij de rechtbank of het college een verzoek om schadevergoeding heeft ingediend, is belang bij een inhoudelijke behandeling van het hoger beroep ten aanzien van de besluiten van 23 oktober 2009 ook niet gelegen in de door hem gestelde schade door de besluitvorming van het college.