ECLI:NL:RVS:2012:BW0005
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- M.G.J. Parkins de Vin
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vaststelling rechtmatigheid ongewenstverklaring vreemdeling met betrekking tot gezinsleven en EU-burgerschap
De vreemdeling werd ongewenst verklaard vanwege eerdere veroordelingen en de minister handhaafde dit besluit. De rechtbank oordeelde dat de belangenafweging van de minister onvoldoende was, met name omdat de partner van de vreemdeling niet in Guinee heeft gewoond en de kinderen niet redelijkerwijs geacht kunnen worden het land van herkomst te volgen.
De minister stelde dat de belangenafweging juist was, waarbij het algemeen belang van openbare orde zwaarder woog dan het gezinsleven van de vreemdeling. Tevens verwees de minister naar het arrest Ruiz Zambrano en het recht op EU-burgerschap van de kinderen, waarbij werd beoordeeld of de kinderen feitelijk gedwongen zouden worden de Unie te verlaten.
De Raad van State oordeelde dat de minister voldoende gemotiveerd heeft dat de kinderen niet feitelijk worden verplicht de Unie te verlaten en dat de belangenafweging rechtmatig is. De stelling van de vreemdeling dat de kinderen afhankelijk zijn van zijn aanwezigheid werd niet aannemelijk gemaakt. Het hoger beroep werd daarom gegrond verklaard en het eerdere vonnis vernietigd. Het beroep van de vreemdeling werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: De Raad van State verklaart het hoger beroep gegrond en verklaart het beroep van de vreemdeling ongegrond, waarbij het besluit tot handhaving van de ongewenstverklaring wordt bevestigd.