Uitspraak
200602097/1), volgt uit artikel 8:29 van Pro de Awb dat de procespartij die geen kennis mag nemen van stukken waarvan de beperking van de kennisneming gerechtvaardigd is geacht, daadwerkelijk door de rechtbank in de gelegenheid moet worden gesteld om al dan niet de toestemming als bedoeld in het vijfde lid van dat artikel te verlenen. Uit de aangevallen uitspraak noch uit het dossier van de rechtbank kan worden opgemaakt dat [appellant] om deze toestemming is gevraagd. Het dient er daarom voor te worden gehouden dat [appellant] deze toestemming niet heeft verleend. De voorzieningenrechter heeft daarom ten onrechte mede op grond van de processen-verbaal uitspraak gedaan.
201008055/1/H3), is niet vereist dat wordt vastgesteld of aannemelijk is dat strafbare feiten zijn gepleegd. Het huisverbod heeft blijkens de geschiedenis van de totstandkoming van de Wth tot doel de preventie van strafbare feiten in de vorm van huiselijk geweld en het beschermen van de rechten en vrijheden van anderen. Meer specifiek wordt met het huisverbod beoogd de gezondheid en de lichamelijke integriteit van de betrokkenen ook te kunnen beschermen in crisissituaties waarin zich nog geen strafbare feiten voordoen (Kamerstukken II 2005/06, 30 657, nr. 3, blz. 7). Aan het voorgaande doet dan ook niet af dat de strafrechtelijke vervolging van [appellant] is geëindigd in een sepot.