Uitspraak
200800581/1, is de ruimtelijke ordening van het grondgebied van een gemeente bovendien een mede aan het college van burgemeester en wethouders toevertrouwd belang. Uit deze uitspraak volgt verder dat de belangen van een goede ruimtelijke ordening van een gemeente onder omstandigheden rechtstreeks betrokken kunnen zijn bij een besluit tot vaststelling van een bestemmingsplan in een aangrenzende gemeente.
201109782/1/R4 en 201109782/2/R4, over dit bestemmingsplan heeft de voorzitter onder meer overwogen dat geen grond bestaat voor het oordeel dat de raad van de gemeente Hillegom bij de vaststelling van het bestemmingsplan "Bedrijventerrein Hillegom Zuid-Zuid" niet slechts het beoogde terrein van BCB als industrieterrein in de zin van artikel 1 van Pro de Wet geluidhinder had mogen beschouwen. Het bestemmingsplan laat immers alleen op het beoogde terrein van BCB de vestiging toe van inrichtingen uit een categorie die op grond van het Besluit omgevingsrecht is aangewezen als categorie van inrichtingen die in belangrijke mate geluidhinder kunnen veroorzaken en artikel 1 van Pro de Wet geluidhinder biedt de mogelijkheid een industrieterrein als bedoeld in die bepaling te beperken tot de gronden waarop volgens het bestemmingsplan de vestiging van dergelijke inrichtingen is toegestaan. Daarbij kan de vraag of de inrichtingen van BCB en AW op grond van artikel 1.1, vierde lid, van de Wet milieubeheer als één inrichting moeten worden beschouwd onbeantwoord blijven.
201109782/1/R4 en 201109782/2/R4onderscheidenlijk
201109780/1/R4 en 201109780/2/R4, ongegrond verklaard, zodat de in die plannen neergelegde aanwijzing van het gezoneerde industrieterrein en de vastlegging van het resterende deel van de zone onherroepelijk zijn geworden. Gelet hierop ziet de voorzitter aanleiding bij wijze van voorlopige voorziening te bepalen dat de zone, zoals aangeduid op de bij het plan behorende plankaart, geldt tot de inwerkingtreding van de nieuw vast te stellen zone.