ECLI:NL:RVS:2012:BW0751
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- T.G. Drupsteen
- E.T. de Jong
- Rechtspraak.nl
Vernietiging last onder dwangsom wegens onjuiste toepassing Besluit bodemkwaliteit
Het college van burgemeester en wethouders van Nieuwegein legde op 6 april 2011 aan appellante een last onder dwangsom op om te voorkomen dat in strijd met het Besluit bodemkwaliteit grond werd toegepast op een perceel te Nieuwegein. Het college stelde dat de opgegeven bestemming voor akkerbouw in strijd was met het bestemmingsplan, waardoor de toepassing van grond geen nuttige toepassing zou zijn.
Appellante voerde aan dat het ophogen van de grond een verbetering van de natuurgrond betrof en daarmee een nuttige toepassing was conform het Besluit bodemkwaliteit. De Raad van State oordeelde dat het perceel de bestemming heeft voor natuur, recreatie en cultuurhistorie en dat het ophogen met schone grond niet in strijd is met deze bestemming. De vraag of het perceel na ophoging voor akkerbouw mag worden gebruikt, is niet relevant voor de beoordeling van de last onder dwangsom.
De Raad van State concludeerde dat het college niet bevoegd was om handhavend op te treden omdat geen strijd met het Besluit bodemkwaliteit of het bestemmingsplan bestond. Het besluit van 14 november 2011, waarin het college het bezwaar ongegrond verklaarde, werd vernietigd en het primaire besluit van 6 april 2011 herroepen. Tevens werd het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierechten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit van het college wordt vernietigd en herroepen.