Uitspraak
200807697/1/V6en
200901587/1/V6, ter zitting behandeld op 27 augustus 2009, waar [appellante], vertegenwoordigd door mr. Th.M.M. Gerritsen en mr. F.M.P.M. Boeijen, beiden werkzaam bij Deloitte Belastingadviseurs B.V. te Arnhem, en de minister, vertegenwoordigd door mr. M.S. van Muiswinkel en mr. W.G.G. de Bakker, beiden werkzaam bij het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, zijn verschenen.
200801014/1gestelde prejudiciële vragen.
200807697/1/V6en
200901587/1/V6, opnieuw ter zitting behandeld op 7 februari 2012, waar de minister, vertegenwoordigd door mr. M.R. Mol, werkzaam bij het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid is verschenen.
200804252/1 en 200804255/1), dat het de eigen verantwoordelijkheid van de werkgever is om te kiezen voor het indienen van een aanvraag om verlening van een tewerkstellingsvergunning of voor het doen van een notificatie. Indien de CWI naar aanleiding van een notificatie nader onderzoek zou moeten verrichten naar de juistheid daarvan, zou het op het gemeenschapsrecht gefundeerde onderscheid tussen enerzijds het indienen van een dergelijke aanvraag en anderzijds het doen van een notificatie zijn betekenis verliezen omdat dan in beide gevallen een inhoudelijke beoordeling door de CWI zou moeten plaatsvinden.