ECLI:NL:RVS:2012:BW1439
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H. Troostwijk
- A.B.M. Hent
- Rechtspraak.nl
Vreemdeling onrechtmatig staande gehouden buiten Nederlands grondgebied
De vreemdeling werd op 6 december 2011 tijdens een MTV-controle staande gehouden op de provinciale weg N630 in de gemeente Poppel. De rechtbank had geoordeeld dat deze controle op Nederlands grondgebied plaatsvond, maar de vreemdeling betwistte dit en stelde dat Poppel in België ligt. De Raad van State stelde vast dat de controle en staandehouding inderdaad in België plaatsvonden, wat betekent dat de Koninklijke Marechaussee niet bevoegd was de vreemdeling op grond van artikel 50 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 en artikel 4.17a van het Vreemdelingenbesluit 2000 staande te houden.
De Raad van State vernietigde daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond. Tevens werd de vreemdeling een schadevergoeding toegekend over de periode van 6 tot 21 december 2011, de dag waarop de vrijheidsontnemende maatregel werd opgeheven. Daarnaast werd de minister veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten die de vreemdeling had gemaakt in verband met de behandeling van het beroep en hoger beroep.
De uitspraak benadrukt dat de bevoegdheid tot staandehouding in het kader van illegaal verblijf na grensoverschrijding uitsluitend binnen Nederland mag worden uitgeoefend, en dat de controle buiten de Nederlandse grens plaatsvond, waardoor deze bevoegdheid niet van toepassing was. Dit leidde tot de vernietiging van het eerdere vonnis en toekenning van vergoeding aan de vreemdeling.
Uitkomst: Hoger beroep gegrond verklaard, uitspraak rechtbank vernietigd en vreemdeling toegekend schadevergoeding en proceskosten.