ECLI:NL:RVS:2012:BW1464
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- B. van Wagtendonk
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Beoordeling intrekking verblijfsvergunning asiel wegens risico op schending artikel 3 EVRM bij terugkeer naar Irak
De minister van Justitie trok de verblijfsvergunning van de vreemdeling in op grond van het risico dat zij bij terugkeer naar Irak geen bescherming geniet tegen een behandeling in strijd met artikel 3 van Pro het EVRM. De rechtbank vernietigde dit besluit wegens een gebrek aan individuele motivering, met name ten aanzien van de epilepsie van de vreemdeling en het risico dat zij als alleenstaande vrouw loopt.
De minister stelde in hoger beroep dat de vreemdeling haar medische situatie te laat en onvoldoende concreet had aangevoerd, en voerde een nieuwe, inhoudelijke motivering aan waarom de epilepsie niet leidt tot een reëel risico op een schending van artikel 3 EVRM Pro. De Raad van State oordeelde dat de rechtbank terecht het besluit vernietigde wegens motiveringsgebrek, maar dat de nieuwe motivering van de minister in hoger beroep het besluit kan dragen.
De Raad van State bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank, maar bepaalde op grond van proceseconomie dat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand blijven. Tevens werd de minister veroordeeld tot vergoeding van proceskosten. De zaak betreft de afweging van individuele risico's bij terugkeer en de motiveringsplicht van het bestuursorgaan bij intrekking van een verblijfsvergunning asiel.
Uitkomst: De rechtsgevolgen van het vernietigde besluit tot intrekking van de verblijfsvergunning blijven in stand.