ECLI:NL:RVS:2012:BW1559
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- M.A.E. Planken
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ongegrondverklaring beroep tegen planschadevergoeding en vrijstelling bouw woning
Het college van burgemeester en wethouders van Druten had aan twee belanghebbenden ieder een vergoeding van €8.000 toegekend wegens planschade veroorzaakt door een vrijstelling voor de bouw van een woning met garage op een perceel. Appellant, de aanvrager van de vrijstelling en bouwvergunning, betwistte deze vergoeding en stelde dat de bouw voor de belanghebbenden voorzienbaar was en dat de adviezen van adviesorganisaties niet aan de besluiten ten grondslag mochten liggen.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Raad van State. De Raad oordeelt dat de bouw van de woning niet voorzienbaar was voor de belanghebbenden op het moment dat zij hun onroerende zaken kochten, omdat het perceel volgens het bestemmingsplan niet bestemd was voor woningbouw en de wijziging van bestemming pas mogelijk werd door de verleende vrijstelling.
Verder wijst de Raad het betoog van appellant af dat de vrijstelling niet nodig was geweest indien de bestemmingsplannen de wijziging hadden meegenomen, omdat deze plannen onaantastbaar zijn en appellant zijn bezwaren niet in de daarvoor openstaande procedures heeft ingebracht.
De Raad bevestigt daarom het vonnis van de rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.