Uitspraak
200900801/1/R3, overwogen dat indien de voor veehouderijen toepasselijke individuele geurnorm wordt overschreden, dit niet met zich brengt dat ter plaatse van de overschrijding geen aanvaardbaar woon- en leefklimaat zal bestaan. Evenmin kan indien de voor veehouderijen toepasselijke individuele norm niet wordt overschreden, er zonder meer van worden uitgegaan dat ter plaatse een aanvaardbaar woon- en leefklimaat kan worden gerealiseerd. De Afdeling is gelet op het voorgaande van oordeel dat het college niet kon volstaan met voormelde geurberekening en zijn standpunt dat in de omgeving van het plangebied een aanvaardbaar woon- en leefklimaat kan worden gerealiseerd nader dient te onderbouwen. Uit de stukken die ten grondslag zijn gelegd aan het wijzigingsplan blijkt niet dat de achtergrondbelasting ter plaatse van het plangebied is onderzocht of berekend. Naar het oordeel van de Afdeling had in ieder geval de cumulatie van stankhinder vanwege alle omliggende veehouderijen bij de beoordeling dienen te worden betrokken. Gelet op het voorgaande acht de Afdeling het bestreden besluit onvoldoende gemotiveerd.
201003301/1/R2en 7 mei 2008 in zaak nr.
200604924/1mogen mitigerende maatregelen niet bij de beoordeling worden betrokken of sprake kan zijn van significante gevolgen, maar wel bij het maken van een passende beoordeling. Bij het beoordelen of sprake kan zijn van significante gevolgen gaat het er immers om te bezien of het plan als zodanig niet leidt tot significante gevolgen. Uit het feit dat bij deze beoordeling de voorgenomen mitigerende maatregelen zijn betrokken, volgt dat kennelijk niet kan worden uitgesloten dat door het plan significante gevolgen zullen optreden. Wanneer dat het geval is, dient volgens artikel 19j, tweede lid, van de Nbw 1998 een passende beoordeling aanwezig te zijn, voordat beslist kan worden over de vaststelling van het wijzigingsplan. Bij die passende beoordeling kunnen mitigerende maatregelen in aanmerking worden genomen. Het college heeft dit niet onderkend. De redenering van het college dat zich geen significante gevolgen voordoen voor het Natura 2000-gebied in de nabijheid van het plangebied als gevolg van de in geding zijnde vestiging kan, gelet op het voorgaande niet worden gebaseerd op de voorgenomen saldering als mitigerende maatregel. Nu niet uitgesloten is dat het plan significante gevolgen kan hebben voor dit gebied heeft het college zich ten onrechte op het standpunt gesteld dat een passende beoordeling niet nodig is. Gelet hierop is bij de vaststelling van het wijzigingsplan artikel 19j, eerste en tweede lid, van de Nbw 1998 niet in acht genomen.