ECLI:NL:RVS:2012:BW1623
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- B. van Wagtendonk
- H. Troostwijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging boeteoplegging wegens overtreding Wet arbeid vreemdelingen door krantenuitgever
De zaak betreft het hoger beroep van een krantenuitgever tegen een boete van in totaal €152.000 wegens overtreding van artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav). De rechtbank had de boete verminderd tot €131.100 en het beroep gegrond verklaard. De Raad van State bevestigt deze uitspraak.
De feiten betreffen het inzetten van 19 vreemdelingen zonder tewerkstellingsvergunning voor het bezorgen van kranten in 2006. De minister legde boetes op en verklaarde het bezwaar ongegrond. De rechtbank stelde vast dat de vreemdelingen daadwerkelijk werkzaamheden verrichtten en dat de appellant als werkgever in de zin van de Wav moest worden aangemerkt, ook al voerde zij aan dat zij niet de feitelijke werkgever was.
De Raad van State oordeelt dat het ruime werkgeversbegrip van de Wav passend is en niet in strijd met het EVRM of Europese richtlijnen. De appellant kon de overtreding volledig worden toegerekend omdat zij onvoldoende maatregelen had getroffen om naleving van de Wav te waarborgen. Ook het beroep op schending van het recht op vrijheid van meningsuiting en op ongelijke behandeling faalt. De boete is proportioneel en passend. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de boete van €131.100 wegens overtreding van de Wet arbeid vreemdelingen.