ECLI:NL:RVS:2012:BW3043
Raad van State
- Hoger beroep
- R.W.L. Loeb
- B.P. Vermeulen
- A. Hammerstein
- Rechtspraak.nl
Vernietiging last bestuursdwang en dwangsommen inzake promotieverhuurvoertuigen in Groningen
Het college van burgemeester en wethouders van Groningen legde [appellante] dwangsommen en bestuursdwang op wegens het plaatsen van promotieverhuurvoertuigen met handelsreclame langs de Weendersweg, nabij de rijksweg A7. Deze voertuigen werden geacht in strijd met de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) 2005 en later 2009 te zijn geparkeerd. De rechtbank Groningen verklaarde het beroep van [appellante] ongegrond, waarna hoger beroep werd ingesteld bij de Raad van State.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de last onder dwangsom en bestuursdwang niet aan [appellante] kon worden opgelegd voor voertuigen die zij verhuurde, omdat alleen degene die feitelijk de beschikking over het voertuig heeft, kan worden aangesproken. Dit volgt uit de uitleg van de term 'parkeren' in het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 en de APV 2009, die de eerdere formulering in de APV 2005 verving. De rechtbank had ten onrechte het latere artikel 5:7 van Pro de APV 2009 buiten beschouwing gelaten.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en de bestreden besluiten voor zover deze aan [appellante] de last oplegden geen voertuigen met handelsreclame te plaatsen waar het door haar verhuurde voertuigen betreft. Tevens werd het college veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het betaalde griffierecht.
Deze uitspraak benadrukt de noodzaak van een correcte wettelijke grondslag bij het opleggen van bestuursdwang en dwangsommen, en verduidelijkt de reikwijdte van de term 'parkeren' in relatie tot de feitelijke beschikking over voertuigen.
Uitkomst: De Raad van State vernietigt de besluiten en uitspraak voor zover de last aan [appellante] is opgelegd voor door haar verhuurde voertuigen en veroordeelt het college tot proceskostenvergoeding.