Uitspraak
200903784/1/R2heeft de Afdeling overwogen dat indien voor de plaatsing van een gebied op de lijst van gebieden van communautair belang op 7 december 2004, of voor het van kracht worden van een aanwijzing als speciale beschermingszone in de zin van de Vogelrichtlijn, dan wel wanneer een gebied voor de omzetting van de Habitatrichtlijn op 10 juni 1994 is aangewezen als speciale beschermingszone in de zin van de Vogelrichtlijn voor de omzetting van de Habitatrichtlijn, een vergunning op grond van de Wet milieubeheer is verleend voor de oprichting van een intensieve veehouderij, de eerder vergunde oprichting, vóór deze data, niet alsnog aan een passende beoordeling hoeft te worden onderworpen. De Afdeling ziet geen aanleiding om thans anders te oordelen.
200909282/1/R2) dat indien tussen de beëindiging van een bedrijf door intrekking van een milieuvergunning en de verlening van een Nbw-vergunning directe samenhang bestaat, de intrekking van de milieuvergunning kan worden aangemerkt als mitigerende maatregel die bij de passende beoordeling op grond van artikel 19f van de Nbw 1998 kan worden betrokken. De Afdeling ziet geen aanleiding om thans anders te oordelen.