ECLI:NL:RVS:2012:BW3076
Raad van State
- Tussenuitspraak bestuurlijke lus
- H.G. Lubberdink
- M.G.J. Parkins-de Vin
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Voorleggen prejudiciële vragen over bescherming homoseksuele vluchtelingen onder EU-richtlijn
De zaak betreft het hoger beroep van een vreemdeling tegen de afwijzing van zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel vanwege zijn homoseksuele gerichtheid. De minister had de aanvraag afgewezen wegens gebrek aan geloofwaardigheid van het asielrelaas en het ontbreken van voldoende bewijs van persoonlijke vervolging.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft overwogen dat de betekenis van artikel 10 lid 1 onder Pro d, gelezen in samenhang met artikel 9 van Pro de richtlijn 2004/83/EG, onduidelijk is. Daarom zijn prejudiciële vragen geformuleerd over de vraag of vreemdelingen met een homoseksuele gerichtheid een specifieke sociale groep vormen, welke homoseksuele activiteiten onder de richtlijn vallen, de mate van terughoudendheid die van hen kan worden verwacht in het land van herkomst, en of de strafbaarstelling van homoseksuele handelingen in Senegal een daad van vervolging vormt.
De behandeling van het hoger beroep is geschorst totdat het Hof van Justitie uitspraak doet op deze vragen. De Afdeling benadrukt dat van homoseksuele vreemdelingen niet wordt verlangd hun gerichtheid te verbergen, maar dat de mate van terughoudendheid bij het uiten ervan kan variëren afhankelijk van de omstandigheden.
Deze uitspraak is van belang voor de interpretatie van het Vluchtelingenverdrag en de EU-richtlijn omtrent de bescherming van LHBTI-vluchtelingen en de criteria voor het toekennen van vluchtelingenstatus op grond van seksuele gerichtheid.
Uitkomst: De behandeling van het hoger beroep wordt geschorst en prejudiciële vragen worden voorgelegd aan het Hof van Justitie van de EU over de bescherming van homoseksuele vluchtelingen.