ECLI:NL:RVS:2012:BW3829
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- Th.C. van Sloten
- J.G.C. Wiebenga
- S.J.E. Horstink-von Meyenfeldt
- Rechtspraak.nl
Beoordeling inrichtingsplan Schinveldse Es en bereikbaarheid bospercelen appellant
Het college van gedeputeerde staten van Limburg stelde op 18 januari 2011 het inrichtingsplan Schinveldse Es vast, gericht op verbetering van landbouwstructuur, realisatie van natuurgebied en herstel van landschap. Appellant stelde beroep in tegen onderdelen van dit plan, waaronder de aanduiding "nog in te richten nieuwe natuur" op een deel van zijn gronden en de bereikbaarheid van zijn bospercelen.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat zij onbevoegd is kennis te nemen van het beroep voor zover het ziet op de aanduiding "nog in te richten nieuwe natuur" en de vrees voor koeien op bospercelen, omdat deze kwesties onder de civiele rechter vallen bij een plan van toedeling. Voor het overige werd het beroep inhoudelijk behandeld.
De Afdeling stelde vast dat het college een ruime beleidsvrijheid heeft bij het bepalen van de begrenzing van het inrichtingsplan en dat het opnemen van het perceel van appellant in het plan niet onredelijk was, mede vanwege de samenhang met andere percelen. De onttrekking van een gedeelte van de Bergerheideweg aan de openbaarheid werd eveneens als redelijk beoordeeld, aangezien alternatieve routes bestaan en het belang van rust in het natuurgebied zwaarder weegt dan het belang van appellant bij directe bereikbaarheid.
Het beroep werd voor het overige ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Afdeling verklaart zich deels onbevoegd en verklaart het beroep voor het overige ongegrond.