ECLI:NL:RVS:2012:BW3833
Raad van State
- Hoger beroep
- R.W.L. Loeb
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit vrijstelling bestemmingsplan voor makelaarskantoor wegens strijd met rechtszekerheidsbeginsel
Het college van burgemeester en wethouders van Voorst verleende op 23 maart 2010 vrijstelling van het bestemmingsplan voor het gebruik van een bijgebouw op een perceel te Steenenkamer als makelaarskantoor. [Appellant] maakte bezwaar tegen dit besluit en stelde dat het college niet had voldaan aan een eerdere uitspraak waarin een soortgelijk besluit was vernietigd omdat het voorschrift dat het bijgebouw uitsluitend door de bewoner mocht worden gebruikt, ontbrak.
De rechtbank Zutphen verklaarde het beroep van [appellant] ongegrond, waarna hoger beroep werd ingesteld bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het college onvoldoende had onderzocht en gemotiveerd dat het bijgebouw door de bewoner zou worden gebruikt, terwijl de feitelijke situatie anders was: de belanghebbende woonde niet op het perceel en was niet als makelaar actief.
Verder ontbrak een duidelijk voorschrift in het besluit dat het gebruik beperkt was tot de bewoner, waardoor het besluit in strijd was met het rechtszekerheidsbeginsel. De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde het besluit en veroordeelde het college tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Voorst tot vrijstelling voor het gebruik van het bijgebouw als makelaarskantoor wordt vernietigd wegens strijd met het rechtszekerheidsbeginsel.