Uitspraak
200905785/1/H2) bij het nemen van een besluit op een verzoek om vergoeding van planschade van dat advies uitgaan, tenzij concrete aanknopingspunten voor twijfel aan de juistheid of volledigheid ervan naar voren zijn gebracht.
Raad van State
Het college van burgemeester en wethouders van Bladel kende aan drie omwonenden een planschadevergoeding toe wegens de nadelige gevolgen van de vrijstelling voor de bouw van een appartementencomplex nabij hun woningen. Park Vastgoed, de aanvrager van de vrijstelling, maakte bezwaar tegen deze besluiten en stelde beroep in bij de rechtbank, dat ongegrond werd verklaard.
In hoger beroep bij de Raad van State voerde Park Vastgoed aan dat de rechtbank ten onrechte het gebruik van het perceel als gemeentehuis als maximale invulling van het oude bestemmingsplan had beschouwd en dat de nadelige effecten zoals schaduwwerking, privacyverlies en overlast niet aan het appartementencomplex konden worden toegerekend. De Raad van State oordeelde dat de rechtbank en het college terecht waren uitgegaan van deskundigenadvies en dat Park Vastgoed onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat alternatieve gebruiksmogelijkheden onder het oude regime zwaardere nadelen zouden veroorzaken.
De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigde dat de planologische vergelijking correct was uitgevoerd, dat de toename van bebouwingsmogelijkheden en het gebruik voor woondoeleinden leidde tot een verslechtering van uitzicht, privacy en overlast voor de omwonenden. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep van Park Vastgoed wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.