ECLI:NL:RVS:2012:BW4094
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- A.B.M. Hent
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Onbevoegdheid Raad van State bij hoger beroep tegen verlengingsbesluit vreemdelingenbewaring
De vreemdeling werd op 6 juli 2011 in vreemdelingenbewaring gesteld en bij besluit van 27 december 2011 werd de bewaring verlengd. De vreemdeling stelde op 24 januari 2012 beroep in tegen het voortduren van de maatregel van bewaring, maar dit beroep richtte zich niet tegen het verlengingsbesluit. De rechtbank had ten onrechte aangenomen dat het beroep ook tegen het verlengingsbesluit was gericht.
Volgens artikel 94 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 kan de rechtmatigheid van een verlengingsbesluit alleen worden getoetst indien daartegen daadwerkelijk beroep is ingesteld of een kennisgeving daarvan is gedaan. De Raad van State oordeelt dat het beroep van de vreemdeling niet aan deze vereisten voldoet, waardoor de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State onbevoegd is om kennis te nemen van het hoger beroep.
De uitspraak van de rechtbank van 8 februari 2012 betreft een uitspraak over het voortduren van de bewaring, waartegen geen hoger beroep openstaat. De Afdeling wijst het hoger beroep daarom af wegens onbevoegdheid en ziet geen aanleiding tot proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Raad van State verklaart zich onbevoegd kennis te nemen van het hoger beroep tegen het verlengingsbesluit vreemdelingenbewaring.