ECLI:NL:RVS:2012:BW4101
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- R. van der Spoel
- A.B.M. Hent
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verblijfsvergunning asiel voor verwesterde Afghaanse vrouwen
De zaak betreft het hoger beroep van twee vreemdelingen en hun minderjarige kinderen tegen de afwijzing van hun aanvragen voor een verblijfsvergunning asiel door de minister van Justitie. De rechtbank had deze beroepen ongegrond verklaard en de vreemdelingen stelden dat het beleid voor verwesterde Afghaanse vrouwen was gewijzigd doordat in het geldende beleid (WBV 2010/1) niet langer expliciet werd verwezen naar de mogelijkheid om zich bij terugkeer te accommoderen aan Afghaanse normen.
De Raad voor de Rechtspraak overwoog dat eerdere beleidsbesluiten (WBV 2004/60 en latere besluiten) wel expliciet verwezen naar deze mogelijkheid, maar dat het ontbreken van deze verwijzing in WBV 2010/1 niet betekent dat het beleid daadwerkelijk is gewijzigd. De tekst van WBV 2010/1, met name het gebruik van het woord "conformeren", duidt erop dat de accommodatiemogelijkheid nog steeds van belang wordt geacht. De minister had dit nader toegelicht in een brief.
De Raad concludeerde dat de grief van de vreemdelingen faalt en dat het aangevoerde geen aanleiding geeft tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. Het hoger beroep werd daarom kennelijk ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de afwijzing van de verblijfsvergunningaanvragen en verklaart het hoger beroep kennelijk ongegrond.