ECLI:NL:RVS:2012:BW4351
Raad van State
- Hoger beroep
- D. Roemers
- H.W. Dekker
- H.H.C. Visser
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak over tijdigheid hoger beroep in verlengde asielprocedure
De vreemdeling diende op 15 maart 2011 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister besloot pas op 23 april 2011, waardoor de termijn van de algemene asielprocedure werd overschreden en de aanvraag in de verlengde asielprocedure werd behandeld.
De voorzieningenrechter vernietigde het afwijzingsbesluit van de minister op 21 juli 2011 en bepaalde dat een nieuw besluit moest worden genomen. De minister stelde daarop tijdig hoger beroep in bij de Raad van State, tegen de bewering van de vreemdeling in dat het beroep niet-ontvankelijk zou zijn wegens overschrijding van de beroepstermijn.
De Raad van State oordeelde dat de termijn voor hoger beroep in de verlengde asielprocedure van toepassing is, waardoor het hoger beroep van de minister tijdig was ingesteld. De aangevallen uitspraak werd bevestigd en de minister werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van €437,00.
Het hoger beroep werd verder inhoudelijk niet ontvankelijk verklaard omdat het geen nieuwe rechtsvragen opriep die beantwoording behoefden. De uitspraak bevestigt de toepassing van de verlengde asielprocedure termijnen en de correcte berekening van de beroepstermijn.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de uitspraak van de voorzieningenrechter en verklaart het hoger beroep van de minister tijdig maar inhoudelijk ongegrond.