Uitspraak
200801122/1), is voor een geslaagd beroep op het vertrouwensbeginsel nodig dat er aan het bestuursorgaan toe te rekenen concrete, ondubbelzinnige toezeggingen zijn gedaan door een daartoe bevoegd persoon, waaraan rechtens te honoreren verwachtingen kunnen worden ontleend. De rechtbank heeft terecht niet aannemelijk geacht dat [appellant] zodanige toezeggingen zijn gedaan. Het college heeft ter zitting in dit verband toegelicht dat aan [appellant] slechts is medegedeeld welke aanpassingen op grond van het in artikel 28, eerste lid, aanhef en onderdeel a, van de planvoorschriften neergelegde overgangsrecht zijn toegestaan.