ECLI:NL:RVS:2012:BW4923
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- R. van der Spoel
- A.B.M. Hent
- Rechtspraak.nl
Bevestiging inbewaringstelling vreemdeling ondanks familie- en gezinsleven met zoon
De vreemdeling werd op 5 januari 2012 in vreemdelingenbewaring gesteld omdat zij de voorbereiding van haar terugkeer of uitzettingsprocedure zou ontwijken of beletten, zoals bedoeld in artikel 5.1a van het Vreemdelingenbesluit 2000. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af. De vreemdeling stelde hoger beroep in bij de Raad van State.
De Raad van State overwoog dat de minister terecht aannam dat de vreemdeling de terugkeerprocedure belemmert, mede omdat zij bij herhaling verklaarde niet uit eigen beweging te zullen vertrekken en geen inspanningen daartoe verrichtte. Ondanks haar leeftijd van 67 jaar en het feit dat zij bij haar zoon kan verblijven, was inbewaringstelling gerechtvaardigd. De minister had rekening gehouden met het familie- en gezinsleven en was bereid verblijf bij de zoon toe te staan indien de vreemdeling actief zou meewerken aan vertrek.
De Raad van State verwierp het beroep op artikel 5 van Pro de Terugkeerrichtlijn en oordeelde dat de rechtbank de belangen van de vreemdeling voldoende had meegewogen. Het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de inbewaringstelling en wijst het verzoek om schadevergoeding af.