ECLI:NL:RVS:2012:BW5274

Raad van State

Datum uitspraak
9 mei 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
201201613/1/R4
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 20 TracéwetArt. 3:11 AwbArt. 3:15 AwbArt. 3:16 AwbArt. 6:13 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing beroep tegen omgevingsvergunning voor geluidsschermen Rijksweg A2 verbreding

Het college van burgemeester en wethouders van Vught verleende op 20 december 2011 een omgevingsvergunning aan Heijmans Infra Geïntegreerde Projecten B.V. voor het gedeeltelijk slopen, plaatsen en verhogen van geluidsschermen en het realiseren van grondkeringen ten behoeve van de verbreding van de Rijksweg A2 tussen Den Bosch en Eindhoven.

Tegen dit besluit stelden appellant en Stichting Overlast A2 Vught en omstreken beroep in bij de Raad van State. De Stichting bracht geen zienswijzen naar voren tijdens de terinzagelegging, waardoor haar beroep niet-ontvankelijk werd verklaard. Het beroep van appellant beperkte zich tot bezwaren over mogelijke schade aan bomen op zijn terrein en de opslag van verwijderde geluidsschermen.

De Raad van State oordeelde dat de bezwaren van appellant geen gronden boden om de omgevingsvergunning te weigeren, mede omdat de bouw niet in strijd was met het tracébesluit. Het beroep van appellant werd ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: Het beroep van de Stichting is niet-ontvankelijk verklaard en het beroep van appellant ongegrond verklaard, waardoor de omgevingsvergunning in stand blijft.

Uitspraak

201201613/1/R4.
Datum uitspraak: 9 mei 2012
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak in het geding tussen:
1. [appellant sub 1], wonend te Vught,
2. de stichting Stichting Overlast A2 Vught en omstreken, gevestigd te Vught,
en
het college van burgemeester en wethouders van Vught,
verweerder.
1. Procesverloop
Bij besluit van 20 december 2011 heeft het college aan de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Heijmans Infra Geïntegreerde Projecten B.V. een omgevingsvergunning verleend voor het gedeeltelijk slopen, het plaatsen en het verhogen van bestaande geluidsschermen en het realiseren van grondkeringen ten behoeve van het verbreden van de Rijksweg A2 Den Bosch-Eindhoven.
Tegen dit besluit hebben [appellant sub 1] en de Stichting bij brieven, bij de Raad van State ingekomen op 10 februari 2012, beroep ingesteld.
Het college heeft een verweerschrift ingediend.
De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.
De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 29 maart 2012, waar [appellant sub 1], vertegenwoordigd door [gemachtigde], de Stichting, vertegenwoordigd door W.J.R.J. Punte en [gemachtigde], en het college, vertegenwoordigd door mr. R.P. Randewijk, werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen. Voorts zijn ter zitting verschenen Heijmans Infra Geïntegreerde Projecten B.V., vertegenwoordigd door W.H.M. Cornuyt en R. van den Dijssel, en de minister van Infrastructuur en Milieu, vertegenwoordigd door mr. E.C.M. Schippers en mr. R.S.J. Schmull, advocaten te Den Haag, en mr. M.D. van Gils, drs. ing. M.A.W.B. van der Vlies, ing. M. Merks en ir. H.R. Zweers, werkzaam bij het Ministerie.
2. Overwegingen
2.1. Het bestreden besluit is voorbereid overeenkomstig het bepaalde in artikel 20 van Pro de Tracéwet.
Ingevolge het tweede lid van dat artikel bevordert de minister van Infrastructuur en Milieu een gecoördineerde voorbereiding van de besluiten op aanvragen om vergunningen en van de overige ambtshalve te nemen besluiten met het oog op de uitvoering van een tracébesluit.
Ingevolge het vierde lid, voor zover hier van belang, is op de voorbereiding van de in het tweede lid bedoelde besluiten afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) van toepassing.
2.2. Het bestreden besluit betreft een besluit als bedoeld in artikel 20, tweede lid, van de Tracéwet.
2.3. Ingevolge artikel 20, vierde lid, van de Tracéwet, gelezen in samenhang met de artikelen 3:11, 3:15 en 3:16 van de Awb, wordt het ontwerp van het besluit ter inzage gelegd voor de duur van zes weken en kunnen gedurende deze termijn zienswijzen naar voren worden gebracht.
Ingevolge artikel 6:13 van Pro de Awb, voor zover hier van belang, kan geen beroep worden ingesteld door een belanghebbende aan wie redelijkerwijs kan worden verweten dat hij geen zienswijzen als bedoeld in artikel 3:15 naar Pro voren heeft gebracht.
2.4. De Stichting heeft geen zienswijzen over het ontwerp van het besluit naar voren gebracht. Niet is gebleken van omstandigheden op grond waarvan haar dit redelijkerwijs niet kan worden verweten.
2.5. Het beroep van de Stichting is niet-ontvankelijk.
2.6. Ter zitting is het beroep van [appellant sub 1] beperkt tot het betoog dat de te plaatsen geluidsschermen de zich op zijn terrein bevindende bomen zullen beschadigen en tot het betoog dat niet is verzekerd dat de verwijderde geluidsschermen zullen worden opgeslagen, teneinde deze te kunnen herplaatsen indien het project waarvoor de omgevingsvergunning is verleend geen doorgang zal vinden.
2.7. Gelet op artikel 2.10, eerste lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, kan de aanvraag om omgevingsvergunning voor de bouw van de geluidsschermen uitsluitend worden geweigerd op één van de daarin vermelde gronden. Hetgeen [appellant sub 1] naar voren heeft gebracht biedt geen grond voor weigering van de omgevingsvergunning. Het college heeft, nu de bouw van de geluidsschermen niet in strijd is met het tracébesluit ten behoeve waarvan de omgevingsvergunning is verleend, daarin terecht geen aanleiding gezien voor weigering van de omgevingsvergunning.
2.8. Het beroep van [appellant sub 1] is ongegrond.
2.9. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
3. Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State
Recht doende in naam der Koningin:
I. verklaart het beroep van de stichting Stichting Overlast A2 Vught en omstreken niet-ontvankelijk;
II. verklaart het beroep van [appellant sub 1] ongegrond.
Aldus vastgesteld door mr. W.D.M. van Diepenbeek, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. T.L.J. Drouen, ambtenaar van staat.
w.g. Van Diepenbeek w.g. Drouen
lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van staat
Uitgesproken in het openbaar op 9 mei 2012
378.