ECLI:NL:RVS:2012:BW5644
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H. Troostwijk
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verblijfsvergunning duurzame relatie vreemdeling
De vreemdeling had een aanvraag ingediend voor een verblijfsdocument als partner van een EU-burger, maar de minister wees deze af omdat niet voldaan was aan de bewijsvereisten voor een duurzame relatie zoals voorgeschreven in het Vreemdelingenbesluit 2000.
De vreemdeling voerde aan dat de minister het begrip duurzame relatie te restrictief interpreteerde, met name door de eis van een gezamenlijke huishouding van minimaal zes maanden en het uitsluitend accepteren van een inschrijving in de gemeentelijke basisadministratie als bewijs. De Raad van State oordeelde dat de richtlijn 2004/38/EG dit niet verbiedt en dat de minister terecht een zekere bewijsstandaard hanteert, hoewel die niet te beperkt mag zijn.
De vreemdeling had wel een relatieverklaring overgelegd, maar geen ander document dat de duurzame relatie aantoonde. Ook het bezwaar dat ongehuwde partners van EU-burgers zwaarder worden belast dan partners van Nederlanders werd verworpen op basis van eerdere jurisprudentie.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde het vonnis van de rechtbank, waarmee de afwijzing van de verblijfsvergunning stand hield.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de afwijzing van de verblijfsvergunning wegens onvoldoende bewijs van een duurzame relatie.