ECLI:NL:RVS:2012:BW5899
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- J.H. van Kreveld
- W. Heijninck
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen bezwaar minister inzake overbrenging PCB-houdende afvalstoffen naar Duitsland
Bij besluit van 1 februari 2012 maakte de Minister bezwaar tegen het voornemen van verzoekster om gebruikte motor- en systeemolie met PCB-gehalte onder 20 mg/kg en EOX-gehalte onder 1.000 mg/kg uit te voeren naar een raffinaderij in Duitsland voor nuttige toepassing (herraffinage).
Verzoekster stelde beroep in en verzocht om een voorlopige voorziening. De minister handhaafde het bezwaar op grond van artikel 7 van Pro de POP-verordening, stellende dat verwerking volgens R9 niet is toegestaan voor PCB-houdende afvalstoffen die vernietigd of onomkeerbaar moeten worden verwerkt.
Verzoekster betoogde dat de concentratiegrenswaarde van 50 mg/kg PCB niet werd overschreden en dat artikel 7, vierde lid, van de POP-verordening de verwerking R9 wel toestaat indien voldaan wordt aan communautaire regelgeving.
De voorzitter oordeelde dat de vraag of aan deze voorwaarde is voldaan niet in deze voorlopige voorziening kan worden beantwoord en verwees naar de bodemprocedure. Gezien het bedrijfsbelang van verzoekster en het milieubelang van de minister zag de voorzitter geen aanleiding voor een voorlopige voorziening.
Het verzoek werd daarom afgewezen en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen het ministerieel bezwaar tegen de overbrenging van PCB-houdende afvalstoffen naar Duitsland wordt afgewezen.