ECLI:NL:RVS:2012:BW5915

Raad van State

Datum uitspraak
16 mei 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
201108444/1/A1
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • J.H. van Kreveld
  • Y.E.M.A. Timmerman-Buck
  • J. Kramer
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen weigering projectbesluit en bouwvergunning

Het college van burgemeester en wethouders van Echt-Susteren heeft op 27 november 2009 geweigerd een projectbesluit te nemen voor het plaatsen van twee geluidswanden en een mobiele menginstallatie op het perceel Industrieweg 1 te Susteren, alsmede de bouwvergunning hiervoor te verlenen. Na een bezwaarprocedure heeft de rechtbank Roermond op 23 juni 2011 het besluit van het college vernietigd en het beroep van BAG B.V. gegrond verklaard.

Het college heeft tegen deze uitspraak hoger beroep ingesteld bij de Raad van State. In het hoger beroep betoogt het college dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat de bedrijfsactiviteiten van BAG B.V. in overeenstemming zijn met de bestemming 'Industrie' van het perceel. Het college stelt echter dat het geen belang heeft bij de beantwoording van deze vraag omdat het resultaat van de weigering van het projectbesluit en de bouwvergunning hetzelfde blijft.

De Raad van State oordeelt dat het college geen belang heeft bij het hoger beroep en verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 16 mei 2012.

Uitkomst: Het hoger beroep van het college is niet-ontvankelijk verklaard.

Uitspraak

201108444/1/A1.
Datum uitspraak: 16 mei 2012
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak op het hoger beroep van:
het college van burgemeester en wethouders van Echt-Susteren,
appellant,
tegen de uitspraak van de rechtbank Roermond van 23 juni 2011 in zaak nr. 10/1534 in het geding tussen:
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Bag B.V.
en
het college.
1. Procesverloop
Bij besluit van 27 november 2009 heeft het college geweigerd een projectbesluit te nemen ten behoeve van het plaatsen van twee geluidswanden en een mobiele menginstallatie op het perceel Industrieweg 1 te Susteren en heeft het geweigerd hiervoor aan BAG bouwvergunning te verlenen.
Bij besluit van 21 september 2010 heeft het college het door BAG daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.
Bij uitspraak van 23 juni 2011, verzonden op dezelfde dag, heeft de rechtbank het door BAG daartegen ingestelde beroep gegrond verklaard, het besluit van 21 september 2010 vernietigd en bepaald dat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand blijven. Deze uitspraak is aangehecht.
Tegen deze uitspraak heeft het college bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 3 augustus 2011, hoger beroep ingesteld. De gronden van het hoger beroep zijn aangevuld bij brief van 31 augustus 2011.
BAG heeft een verweerschrift ingediend.
De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 3 mei 2012, waar het college, vertegenwoordigd door mr. E.H.J. Pietermans en ir. M.E.J. Huyps, beiden werkzaam bij de gemeente, en BAG, vertegenwoordigd door mr. ing. R.P.H. Sangers, advocaat te Maastricht, en ing. A.H.W.M. Smits, zijn verschenen.
2. Overwegingen
2.1. Het college betoogt dat de rechtbank het besluit van 21 september 2010 ten onrechte heeft vernietigd. Daartoe voert het aan dat de bedrijfsactiviteiten van BAG, voor zover het betreft de productie van Vandolith, anders dan de rechtbank heeft overwogen, in strijd zijn met de ingevolge het bestemmingsplan "Industrieterrein Dieterderweg" op het perceel rustende bestemming "Industrie".
2.1.1. Bij de aangevallen uitspraak is het tegen het besluit van het college van 21 september 2010 ingestelde beroep gegrond verklaard en dat besluit vernietigd, doch bepaald dat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand blijven. Het college heeft geen belang bij een antwoord op de vraag of de rechtbank op goede gronden tot zijn oordeel is gekomen. Dat antwoord, hoe het ook luidt, leidt immers voor het college niet tot een ander resultaat dan het met de weigering een projectbesluit te nemen en de weigering bouwvergunningen te verlenen heeft beoogd. Het oordeel van de rechtbank over de vraag of de bedrijfsactiviteiten van BAG, voor zover het betreft de productie van Vandolith, in overeenstemming zijn met de op het perceel rustende bestemming "Industrie", bindt het college in een volgende zaak niet. Het college is daarom niet gehouden in een andere procedure het in de onderhavige procedure door de rechtbank gegeven oordeel dat deze bedrijfsactiviteiten in overeenstemming zijn met de bestemming "Industrie" te volgen.
2.2. Het hoger beroep is niet-ontvankelijk.
2.3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
3. Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State
Recht doende in naam der Koningin:
verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.
Aldus vastgesteld door mr. J.H. van Kreveld, voorzitter, en mr. Y.E.M.A. Timmerman-Buck en mr. J. Kramer, leden, in tegenwoordigheid van mr. M. Kos, ambtenaar van staat.
w.g. Van Kreveld w.g. Kos
voorzitter ambtenaar van staat
Uitgesproken in het openbaar op 16 mei 2012
580.