ECLI:NL:RVS:2012:BW5927
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- R.W.L. Loeb
- M. Kos
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid beroep tegen omgevingsvergunning huisvesting arbeidsmigranten
Het college van burgemeester en wethouders van Someren verleende op 16 december 2011 een omgevingsvergunning voor de inpandige verbouwing van een woonboerderij en het gebruik daarvan voor de huisvesting van maximaal 20 arbeidsmigranten. Appellanten, wonend in de nabijheid, stelden beroep in tegen dit besluit, maar de rechtbank verklaarde dit beroep niet-ontvankelijk vanwege het ontbreken van een rechtstreeks belang.
Appellanten gingen in hoger beroep bij de Raad van State en verzochten tevens om een voorlopige voorziening. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de afstand tussen de woningen van appellanten en de woonboerderij te groot was (minimaal 251 meter) en dat door bebouwing en beplanting het zicht beperkt was, waardoor geen rechtstreeks belang kon worden aangenomen. Ook de ruimtelijke uitstraling van het bouwplan was onvoldoende om appellanten direct te raken.
De Raad van State bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het verzoek om een voorlopige voorziening af. Er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan door de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak in aanwezigheid van een ambtenaar van staat op 10 mei 2012.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen.