ECLI:NL:RVS:2012:BW6194
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- R. van der Spoel
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake intrekking verblijfsvergunning asiel wegens gebrek aan positieve overtuigingskracht
De minister voor Immigratie en Asiel trok op 6 december 2010 de verblijfsvergunning asiel van de vreemdeling in. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en bepaalde dat de minister een nieuw besluit moest nemen met inachtneming van de uitspraak. De minister stelde in hoger beroep dat de rechtbank ten onrechte oordeelde dat hij in strijd met artikel 3.119 van het Vreemdelingenbesluit 2000 handelde door geen nieuw voornemen uit te brengen.
De Raad van State overwoog dat het voornemen integraal deel uitmaakt van het besluit en dat de minister daarin reeds de redenen had uiteengezet waarom het asielrelaas van de vreemdeling geen positieve overtuigingskracht heeft. De rechtbank had ten onrechte geoordeeld dat het voornemen niet de dragende overwegingen bevatte en dat het ontbreken van een nieuw voornemen in strijd was met artikel 3.119 Vb 2000.
Verder behandelde de Raad van State diverse beroepsgronden van de vreemdeling, waaronder het ontbreken van reisdocumenten, de echtheid van overlijdensakten, het ontbreken van correctiemogelijkheden op het rapport van gehoor, en de beoordeling van het asielrelaas. Geen van deze gronden leidde tot een ander oordeel. Het beroep van de vreemdeling werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd.