ECLI:NL:RVS:2012:BW6748
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- D. Roemers
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Vaststelling vrijstelling mvv-plicht bij aanvraag verblijfsvergunning voor langdurig ingezetene
De minister voor Immigratie, Integratie en Asiel heeft een aanvraag van een vreemdeling om een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd afgewezen omdat de vreemdeling niet voldeed aan de vereisten voor vrijstelling van de machtiging tot voorlopig verblijf (mvv). De vreemdeling had geen EG-verblijfsvergunning voor langdurig ingezetenen overgelegd die aan de strikte vormvoorschriften van de Europese richtlijn voldeed.
De rechtbank had het bezwaar van de vreemdeling gegrond verklaard en het besluit vernietigd, stellende dat de vreemdeling niet de kans had gekregen om zijn aanvraag aan te vullen met de ontbrekende EG-verblijfsvergunning. De minister stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak.
De Raad van State oordeelt dat de vreemdeling bij zijn aanvraag noch in bezwaar een document heeft overgelegd dat voldoet aan de vereisten van artikel 8, lid 3, van de richtlijn 2003/109/EG. De minister heeft het besluit van 24 november 2009 niet in strijd met de Algemene wet bestuursrecht genomen, aangezien de vreemdeling wist dat een kopie van de EG-verblijfsvergunning moest worden ingeleverd en deze ook in bezwaar had kunnen overleggen.
Verder faalt het betoog van de vreemdeling dat de minister ten onrechte heeft geoordeeld dat hij geen omstandigheden heeft aangevoerd voor toepassing van de hardheidsclausule in het Vreemdelingenbesluit 2000. De Afdeling verklaart het hoger beroep gegrond, vernietigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep van de vreemdeling ongegrond.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning wordt gehandhaafd.