ECLI:NL:RVS:2012:BW6759
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- R. van der Spoel
- D. Roemers
- Rechtspraak.nl
Vaststelling beoordelingsruimte minister bij legesvrijstelling voor kinderen vreemdeling
De minister voor Immigratie en Asiel wees de aanvraag van een vreemdeling om een verblijfsvergunning voor haar en haar minderjarige kinderen af. De rechtbank verklaarde het bezwaar van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit, oordelend dat de belangenafweging van de minister niet houdbaar was.
De Raad van State stelt echter vast dat de minister bij de belangenafweging onder artikel 8 EVRM Pro een beoordelingsruimte toekomt. De kinderen hadden nooit een verblijfstitel, verbleven illegaal ten tijde van hun geboorte, en de vreemdeling probeerde pas in 2004 de verblijfsstatus te legaliseren. Er was geen sprake van verwijtbaar stilzitten door de minister of omstandigheden die vertrouwen op verblijf in Nederland rechtvaardigden.
Gelet op de Ghanese nationaliteit van de kinderen en de vermoedelijke banden van de ouders met Ghana, acht de Afdeling het niet aannemelijk dat uitzetting naar Ghana hun lichamelijk of geestelijk welzijn zodanig schaadt dat artikel 8 EVRM Pro wordt geschonden. De Raad van State vernietigt daarom het vonnis van de rechtbank en verklaart het beroep van de vreemdeling ongegrond.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling tegen het besluit van de minister wordt ongegrond verklaard.