ECLI:NL:RVS:2012:BW6838
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening in hoger beroep tegen uitspraak vreemdelingenzaken
De minister voor Immigratie, Integratie en Asiel heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank die besluiten van de minister tot afwijzing van verzoeken om uitzetting niet-ontvankelijk verklaarde en vernietigde. De minister verzocht tevens om een voorlopige voorziening.
De vreemdelingen stelden dat het verzoek niet-ontvankelijk was vanwege een vermeende onbevoegdheid van de gemachtigde van de minister. De voorzitter oordeelde echter dat de senior-procesvertegenwoordiger van de Immigratie- en Naturalisatiedienst bevoegd was om het hoger beroep en het verzoek om voorlopige voorziening in te dienen.
De voorzitter concludeerde dat het niet uitgesloten kon worden dat het hoger beroep tot vernietiging van de uitspraak zou leiden en dat er geen bijzondere belangen waren die onmiddellijke uitvoering van de uitspraak vereisten. Daarom werd de voorlopige voorziening toegewezen, zodat de minister niet hoeft te voldoen aan de uitspraak totdat het hoger beroep is beslist.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De beslissing werd genomen op 16 mei 2012 door de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: De minister hoeft de uitspraak van de rechtbank niet uit te voeren totdat het hoger beroep is beslist.