ECLI:NL:RVS:2012:BW6881
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- N. Verheij
- J. Kramer
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen weigering vergunning ligplaats woonboot
Appellant verzocht om een vergunning voor het innemen van een ligplaats met een woonboot in een waterkavel waar slechts ruimte is voor één boot. Het dagelijks bestuur weigerde deze vergunning omdat reeds aan een andere belanghebbende een ontheffing was verleend voor een terrasboot in dezelfde waterkavel.
Appellant maakte bezwaar en ging in beroep bij de rechtbank, die het beroep ongegrond verklaarde. Vervolgens stelde appellant hoger beroep in bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak stelde vast dat appellant geen belang had bij de behandeling van het hoger beroep omdat de ontheffing van de andere belanghebbende niet langer ter discussie stond.
De Afdeling overwoog dat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat hij een reëel en actueel belang had bij een inhoudelijke behandeling van het hoger beroep. Daarom werd het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard en werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan belang.