Uitspraak
201109585/1/R3 en 201109585/2/R3, waarin volgens hem in een vergelijkbare kwestie is geoordeeld dat geen MER behoeft te worden gemaakt.
201003564/1/T1/M2overwogen dat dit een in onderdeel D van de bijlage bij het Besluit milieu-effectrapportage 1994 (thans: Besluit milieueffectrapportage, hierna: Besluit m.e.r.) aangewezen activiteit betreft ten aanzien waarvan moet worden beoordeeld of vanwege belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu een MER moet worden gemaakt. Wat betreft de beoordeling van het college dat het maken van een MER voor dit besluit niet nodig is heeft de Afdeling in voornoemde uitspraak onder meer geoordeeld dat niet aannemelijk is gemaakt dat het college zich niet in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat geen sprake is van belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu die het opstellen van een MER noodzakelijk maken. Met de uitspraak van de Afdeling van 17 augustus 2011 in zaak nr.
201003564/1/M2is de revisievergunning in rechte onaantastbaar geworden.
201109585/1/R3 en 201109585/2/R3maakt dit niet anders. Anders dan in het hier aan de orde zijnde geval, voorzag het daar ter toetsing voorliggende plan in een planologische inbedding van hetgeen onherroepelijk was vergund en bood het geen ruimte voor het houden van meer pluimvee. Het wijzigingsplan betreft geen zogenoemde één-op-één inpassing van een vergunde activiteit in het plan. Daarmee zijn de gevolgen voor het milieu van het project en van het plan niet identiek.