ECLI:NL:RVS:2012:BW6937
Raad van State
- Hoger beroep
- R.W.L. Loeb
- A.J. Soede
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit handhaving carport in bos- en natuurgebied wegens onvoldoende bijzondere omstandigheden
Het college van burgemeester en wethouders van Renkum legde een dwangsom op aan [wederpartij] voor het niet verwijderen van een carport die zonder bouwvergunning was gebouwd in een gebied met de bestemming 'Bos- en natuurgebied'. De rechtbank Arnhem verklaarde het beroep van [wederpartij] gegrond en vernietigde het handhavingsbesluit.
Het college stelde hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling oordeelde dat het college terecht handhavend kon optreden omdat de carport niet binnen het bestemmingsvlak 'Wonen' viel en de hoogte van de carport de toegestane maximale hoogte overschreed. Er waren geen concrete toezeggingen of bijzondere omstandigheden die handhaving konden uitsluiten.
De Afdeling vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van [wederpartij] gegrond, voor zover het college op het bezwaar tegen de dwangsom had beslist. Het bezwaar tegen de verbeurtebrief werd niet-ontvankelijk verklaard. Tevens werd het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
De zaak benadrukt het belang van handhaving bij overtreding van bestemmingsplannen en de beperkte ruimte voor bestuursorganen om daarvan af te zien zonder concrete bijzondere omstandigheden of toezeggingen.
Uitkomst: Het hoger beroep van het college wordt gegrond verklaard en het handhavingsbesluit vernietigd wegens het ontbreken van bijzondere omstandigheden om niet op te treden.