Uitspraak
200803133/1overwogen dat het bouwplan een parkeercapaciteit vergt van 17 parkeerplaatsen terwijl slechts 15 parkeerplaatsen op het perceel worden gerealiseerd waardoor sprake is van strijd met artikel 2.5.30 van de bouwverordening. Vast staat dat het bouwplan na de uitspraak van de Afdeling niet is gewijzigd. Voorts staat vast dat het bouwplan gelet op de in artikel 2.5.30, zesde lid, voorgeschreven maximale afmetingen van een parkeerplaats slechts voorziet in 14 parkeerplaatsen op eigen terrein. De bij de bouwvergunning behorende tekening die uitgaat van 15 parkeerplaatsen is hierop niet aangepast. Het bouwplan is in strijd met artikel 2.5.30, eerste lid, van de bouwverordening, nu drie van de 17 benodigde parkeerplaatsen op de omgeving worden afgewenteld. Dat het bouwplan niet in strijd met artikel 2.5.30, eerste lid, van de bouwverordening zou zijn, omdat het in de nota "Bouwen en Parkeren" opgenomen principe 'oud voor nieuw' van toepassing is, volgt, anders dan het college stelt, niet uit de bouwverordening. Om realisering van het bouwplan niettemin mogelijk te maken, kan het college, indien het van mening is dat op andere wijze in de benodigde parkeerplaatsen kan worden voorzien, ontheffing verlenen op grond van artikel 2.5.30, achtste lid, van de bouwverordening. Het college heeft in zijn besluit van 15 december 2010 evenwel geen ontheffing verleend van artikel 2.5.30, eerste lid, van de bouwverordening. De rechtbank heeft dit niet onderkend.