ECLI:NL:RVS:2012:BW7878
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- M.A.A. Mondt-Schouten
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vaststelling schijnhuwelijk en afwijzing verblijfsdocument gemeenschapsonderdaan
De minister van Justitie heeft op 27 juli 2010 de aanvraag van een vreemdeling om een verblijfsdocument als gemeenschapsonderdaan afgewezen vanwege vermoedens van een schijnhuwelijk. De minister baseerde dit onder meer op tegenstrijdige verklaringen tijdens een gehoor en het feit dat de vreemdeling illegaal in Nederland verbleef onder verschillende aliassen.
De vreemdeling maakte bezwaar, dat op 30 november 2010 ongegrond werd verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit, stellende dat de minister ten onrechte had afgezien van een hoorzitting in bezwaar. De minister stelde hoger beroep in bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelt dat de minister terecht heeft afgezien van een hoorzitting in bezwaar, omdat op voorhand redelijkerwijs kon worden vastgesteld dat het bezwaar niet tot een ander besluit zou leiden. De Raad bevestigt dat sprake is van een schijnhuwelijk en verklaart het hoger beroep gegrond, vernietigt het vonnis van de rechtbank en verklaart het beroep van de vreemdeling ongegrond.
Uitkomst: De Raad van State wijst het beroep van de vreemdeling af en bevestigt de afwijzing van het verblijfsdocument wegens schijnhuwelijk.