Uitspraak
200503311/1, kan aan het college niet de bevoegdheid worden ontzegd om bij het volgen van de gefaseerde vrijstellingsprocedure terug te komen van zijn aanvankelijke bereidheid om met toepassing van artikel 19 van Pro de WRO een vrijstelling te verlenen. Wel zal het bij het alsnog weigeren om vrijstelling te verlenen deugdelijk dienen te motiveren waarom het van inzicht is veranderd en bij die afweging mede het bij de verzoeker om vrijstelling gewekte vertrouwen door de aanvankelijk uitgesproken bereidheid dienen te betrekken.