ECLI:NL:RVS:2012:BW8150
Raad van State
- Hoger beroep
- P. van Dijk
- W. van Hardeveld
- Rechtspraak.nl
Weigering verklaring omtrent gedrag voor taxichauffeur wegens strafbare feiten
De minister van Justitie weigerde op 20 april 2010 de afgifte van een verklaring omtrent het gedrag (VOG) aan appellant, een taxichauffeur, vanwege geregistreerde strafbare feiten. De rechtbank Maastricht verklaarde het beroep van appellant tegen deze weigering ongegrond. Appellant stelde hoger beroep in bij de Raad van State.
De Raad toetste de weigering aan de Beleidsregels VOG NP-RP 2008 en het objectieve en subjectieve criterium uit de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens. De strafbare feiten betroffen onder meer een veroordeling voor overtreding van de Opiumwet met een hennepplantage, gevaarlijk rijgedrag en een eerdere diefstalzaak. De Raad oordeelde dat deze feiten, indien herhaald, een risico vormen voor de functie van taxichauffeur en daarmee het objectieve criterium rechtvaardigen.
Verder concludeerde de Raad dat het belang van de samenleving bij bescherming zwaarder weegt dan het belang van appellant bij afgifte van de VOG. Het tijdsverloop, de aard van de feiten en de terugkijktermijn werden meegewogen. Het argument van appellant dat het VOG-systeem leidt tot dubbele bestraffing en onredelijke beroepsbeperkingen faalde. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de VOG bevestigd.