ECLI:NL:RVS:2012:BW8195
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- M.A.A. Mondt-Schouten
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing naturalisatieverzoek wegens ontbreken gelegaliseerde geboorteakte
Appellante, geboren in Syrië en met de Armeense nationaliteit, verzocht om naturalisatie tot Nederlander. De minister van Justitie wees dit verzoek af omdat zij geen gelegaliseerde buitenlandse geboorteakte kon overleggen, een vereiste volgens de Rijkswet op het Nederlanderschap en de bijbehorende regelgeving.
Appellante stelde dat zij in bewijsnood verkeerde omdat zij niet kon reizen naar Syrië om de benodigde documenten te verkrijgen, mede vanwege een negatief reisadvies en politieke situatie. Zij had wel een poging gedaan om via een gerechtelijke procedure in Armenië alsnog een geboorteakte te verkrijgen.
De rechtbank en de Raad van State oordeelden echter dat appellante niet aannemelijk had gemaakt dat zij niet eerder had kunnen reizen om de documenten te verkrijgen en dat het aan haar was om tijdig bewijsstukken te overleggen. Het feit dat zij later alsnog een geboorteakte wist te verkrijgen, veranderde hier niets aan. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en de afwijzing van het naturalisatieverzoek bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van het naturalisatieverzoek bevestigd.