ECLI:NL:RVS:2012:BW8594
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H.G. Sevenster
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vaststelling geen duurzame relatie bij afwijzing verblijfsdocument ongehuwde partner
De vreemdeling verzocht om afgifte van een verblijfsdocument op grond van een duurzame relatie met een gemeenschapsonderdaan. De minister wees dit verzoek af omdat de vreemdeling en haar partner niet feitelijk samenwonen op het in de GBA geregistreerde adres in Rotterdam. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit van de minister.
De minister stelde hoger beroep in bij de Raad van State. De Raad oordeelde dat de minister terecht twijfelde aan de feitelijke samenwoning, mede op basis van processen-verbaal van de vreemdelingenpolitie die een huisbezoek uitvoerde en constateerde dat de vreemdeling en haar partner niet op het adres aanwezig waren en er geen persoonlijke spullen van hen werden aangetroffen. De Raad stelde dat de GBA-inschrijving niet doorslaggevend is en dat het beleid vereist dat een duurzame relatie feitelijk bestaat.
De Raad verwierp tevens het beroep van de vreemdeling dat het beginsel van fair trial zou zijn geschonden en dat het besluit onvoldoende was gemotiveerd. De Raad verklaarde het hoger beroep van de minister gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het besluit van de minister tot afwijzing van het verblijfsdocument wordt bevestigd.