ECLI:NL:RVS:2012:BW8615
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins de Vin
- H. Troostwijk
- M.A.A. Mondt Schouten
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige vreemdelingenbewaring wegens verlopen Dublinclaim en rechtsgeldige hernieuwde bewaring
De vreemdeling werd op 12 januari 2012 in bewaring gesteld op grond van een Dublinclaim die ten tijde van de bewaring echter niet meer geldig was, omdat de claim was verlopen op 30 december 2011 en niet was opgeschort. Hierdoor was de maatregel van 12 januari 2012 van meet af aan onrechtmatig. De rechtbank had dit echter anders beoordeeld, maar de Raad van State vernietigt dat oordeel en verklaart het beroep van de vreemdeling gegrond.
Op 23 januari 2012 werd de vreemdeling opnieuw in bewaring gesteld op basis van andere gronden, namelijk het vermoeden dat hij zich aan uitzetting zou onttrekken, wat een rechtmatige grondslag vormt. Deze maatregel is geen voortzetting van de eerdere onrechtmatige bewaring en is niet onrechtmatig, ook al is er een zekere samenhang tussen beide maatregelen.
De Raad van State oordeelt dat de minister een concrete belangenafweging heeft gemaakt zoals vereist in de Vreemdelingencirculaire 2000 en dat de belangen van de vreemdeling als asielzoeker voldoende zijn meegewogen. De vreemdeling krijgt een schadevergoeding van €905 toegekend over de periode van 12 tot 23 januari 2012. Tevens worden proceskosten aan de vreemdeling toegekend.
Uitkomst: De bewaring van 12 januari 2012 is onrechtmatig verklaard en de vreemdeling krijgt een schadevergoeding toegekend; de bewaring van 23 januari 2012 is rechtmatig.